Cerclage

Als je baarmoederhals/mond te zwak is om tot het eind van de zwangerschap gesloten te blijven, geeft dat een groter risico op een te vroeggeboren baby. Indien je baarmoederhals/mond te zwak is, kan er een bandje aangebracht worden bij je baarmoedermond. Dat noemen we een cerclage. Er wordt dan een kunststofbandje om de buitenkant van de baarmoedermond aangebracht. Dit zorgt ervoor dat de baarmoedermond ondersteund wordt en niet uit zichzelf kan openen (ontsluiting).
Wanneer loop ik risico dat mijn baarmoedermond te vroeg open gaat?
–  Als er een deel van je baarmoedermond is weggehaald. Bijvoorbeeld omdat je na een slecht uitstrijkje een lisexcisie hebt gehad;
– Als je eerder een te vroeg geboren kindje hebt gehad waar een zwakke baarmoederhals een rol in heeft gespeeld;
– Als uit een echo blijkt dat je een kortere baarmoederhals hebt en je afscheiding veranderd. Dan zal er door de verloskundige/gynaecoloog verder onderzoek gedaan worden en overlegd of er ingegrepen moet worden.
Wanneer wordt het bandje geplaatst?
Indien het een geplande ingreep is, wordt het bandje meestal tussen week 12 en week 16 geplaatst.
Hoe wordt het bandje geplaatst?
Er zijn twee manieren om het bandje, de cerclage, te plaatsen. Via de vagina of via de buik. De meeste bandjes worden via de vagina aangebracht.
Wanneer wordt het bandje eruit gehaald?
Als de cerclage via de vagina is aangebracht, dan wordt in week 36/37 het bandje weer verwijderd. Vanaf week 37 is een baby volgroeid genoeg om veilig ter wereld te komen.
Als de cerclage via de buik is aangebracht, dan krijg je een keizersnede. Meestal in week 38.
Hoe succesvol is een cerclage?
Dat is afhankelijk van hoeveel centimeter ontsluiting er al is. Als er al ontsluiting is en daarmee de baarmoederhals al deels geopend is, dan is de kans van slagen kleiner. Kans van slagen houdt in dat de baby niet te vroeg geboren wordt.

Klinkt goed, dus stuur me dat magazine met tips!

# slimmerzwanger